Fiscaliteit
De geplande meerwaardebelasting op financiële activa krijgt een steeds concretere vorm. Voor ondernemers en families die hun vermogen al hebben gestructureerd in het kader van successieplanning, roept dat nieuwe vragen op. Wat betekent deze belasting voor bestaande planningen? En vooral: wie zal uiteindelijk de fiscale last dragen?
Om dat duidelijk te maken, kijken we naar een veelgebruikte techniek in familiale vermogensplanning: de schenking van een beleggingsportefeuille met voorbehoud van vruchtgebruik.
In veel families schenken ouders hun effectenportefeuille aan hun kinderen, maar behouden ze zelf het vruchtgebruik. In de praktijk betekent dat dat de ouders het vermogen blijven beheren. Zij beslissen bijvoorbeeld wanneer effecten worden aangekocht of verkocht.
Fiscaal ligt de verantwoordelijkheid echter anders. Wanneer er een meerwaarde wordt gerealiseerd bij een verkoop, wordt de blote eigenaar in principe als belastingplichtige beschouwd. Juridisch gezien is dat logisch: de blote eigenaar is namelijk de enige eigenaar van het vermogen. De vruchtgebruiker heeft enkel recht op de inkomsten uit de portefeuille, zoals interesten of dividenden.
Een meerwaarde wordt fiscaal niet gezien als een “vrucht”, maar als een waardestijging van het vermogen zelf. Daardoor kan een merkwaardige situatie ontstaan: de vruchtgebruiker bepaalt vaak het investeringsbeleid en het moment van verkoop, terwijl de belastingfactuur bij de blote eigenaar terechtkomt.
Ook wanneer het beheer wordt toevertrouwd aan een bank of vermogensbeheerder, verandert dit principe niet. Zelfs in situaties waarin in de schenkingsakte werd bepaald dat meerwaarden aan de vruchtgebruiker toekomen, blijft de blote eigenaar fiscaal belastingplichtig.
Bij de realisatie van een meerwaarde zal in veel gevallen de financiële instelling automatisch de belasting aan de bron inhouden. Dat systeem wordt vaak aangeduid als een opt-in.
De verschuldigde belasting wordt dan onmiddellijk afgehouden van de verkoopopbrengst binnen de portefeuille. Dat voorkomt dat de blote eigenaar de belasting met eigen middelen moet betalen.
Toch heeft dit systeem ook nadelen. De bank houdt namelijk geen rekening met bepaalde fiscale optimalisaties, zoals:
een hogere historische aankoopwaarde
de jaarlijkse vrijstelling op meerwaarden
de verrekening van eventuele minwaarden
De vrijgestelde schijf bedraagt momenteel 10.000 euro per belastingplichtige en kan oplopen tot 15.000 euro met indexatie.
Wanneer meerdere blote eigenaars samen eigenaar zijn van een portefeuille, kan ieder zijn eigen vrijstelling benutten. Wie van deze optimalisaties wil gebruikmaken, zal de meerwaarde moeten verwerken in de aangifte in de personenbelasting.
Een bijkomend aandachtspunt is de manier waarop een eventuele belastingteruggave verloopt. Wanneer de bank de belasting aan de bron inhoudt, gebeurt dat met middelen uit de portefeuille waarop het vruchtgebruik rust. Als later blijkt dat te veel belasting werd betaald, wordt een eventuele terugbetaling persoonlijk aan de blote eigenaar uitgekeerd.
Dat kan binnen families tot praktische of financiële vragen leiden. Daarom bestaat ook de mogelijkheid om te kiezen voor een opt-out. In dat geval wordt er geen belasting aan de bron ingehouden en moet de blote eigenaar de meerwaarde zelf aangeven en betalen.
Fiscaal kan dat interessanter zijn, maar het betekent meestal wel dat de belasting met privé-middelen buiten de portefeuille moet worden gefinancierd. Bovendien is doorgaans het akkoord van alle betrokken rekeninghouders nodig.
De keuze tussen opt-in en opt-out is dus meer dan een administratieve formaliteit. In een familiale context is het vaak verstandig om hierover duidelijke afspraken te maken.
De invoering van een meerwaardebelasting verandert op zich niets aan de geldigheid van bestaande schenkingen of vruchtgebruikconstructies. Toch kan de nieuwe belasting de financiële balans binnen een familiale planning beïnvloeden. De persoon die de beleggingsbeslissingen neemt, is immers niet noodzakelijk dezelfde als degene die de belasting verschuldigd is.
Dat maakt het belangrijk om bestaande structuren opnieuw te bekijken.
Een doordachte successieplanning stopt namelijk niet bij de schenking zelf. Ook de fiscale gevolgen van de gekozen structuur moeten regelmatig worden geëvalueerd. Met de komst van een meerwaardebelasting wordt die oefening alleen maar relevanter.
In principe is de blote eigenaar belastingplichtig wanneer een meerwaarde wordt gerealiseerd. De blote eigenaar is juridisch eigenaar van de portefeuille, terwijl de vruchtgebruiker enkel recht heeft op de inkomsten zoals interesten en dividenden.
Een meerwaarde wordt fiscaal beschouwd als een toename van het vermogen zelf, en niet als een vrucht of inkomst van dat vermogen. Daarom valt de belastingplicht bij de eigenaar van het kapitaal, namelijk de blote eigenaar.
Nee. Ook wanneer de vruchtgebruiker het beheer voert en beslist wanneer effecten worden gekocht of verkocht, blijft de blote eigenaar fiscaal verantwoordelijk voor de meerwaardebelasting.
Ook in dat geval verandert er niets aan de fiscale logica. Zelfs wanneer een financiële instelling de portefeuille beheert, wordt de blote eigenaar als belastingplichtige beschouwd bij een gerealiseerde meerwaarde.
Nee. Zelfs wanneer in de schenkingsakte staat dat meerwaarden aan de vruchtgebruiker toekomen, blijft de blote eigenaar volgens de fiscale regels belastingplichtig.
In het geval er geopteerd wordt voor de zogenaamde opt-in zal de bank de belasting automatisch aan de bron inhouden wanneer een meerwaarde wordt gerealiseerd. Dat betekent dat de belasting rechtstreeks van de verkoopopbrengst binnen de portefeuille wordt afgehouden.
Bij een opt-in wordt de belasting automatisch door de bank ingehouden. De blote eigenaar moet dan geen aparte betaling doen, maar kan mogelijk minder gebruikmaken van fiscale optimalisaties.
Bij een opt-out wordt de belasting niet aan de bron ingehouden. De blote eigenaar moet de meerwaarde zelf aangeven in de personenbelasting en de verschuldigde belasting betalen.
Ja. Er geldt een jaarlijkse vrijgestelde schijf per belastingplichtige. Momenteel bedraagt die 10.000 euro en kan ze oplopen tot 15.000 euro met indexatie.
De belasting verandert niets aan de geldigheid van bestaande schenkingen of vruchtgebruikconstructies. Wel kan ze de financiële dynamiek binnen families beïnvloeden, omdat de belastingplichtige niet altijd dezelfde persoon is als degene die de portefeuille beheert.
Meer weten over onze diensten?
We helpen je graag verder.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief