Fiscaliteit

Minimumbezoldiging bedrijfsleider stijgt naar €51.000: moet je je loon verhogen?

Ben je bedrijfsleider van een vennootschap? Dan heb je ongetwijfeld al gehoord dat je jezelf voortaan minstens 50.000 of zelfs 51.000 euro zou moeten uitbetalen. Maar dat verhaal vraagt enige nuance. De hogere minimumbezoldiging is namelijk geen algemeen verplicht minimumloon voor bedrijfsleiders. De nieuwe grens is vooral belangrijk wanneer je vennootschap wil blijven genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. Bovendien veranderen ook de regels rond voordelen van alle aard. Wat betekent dat concreet voor jouw verloning en moet je jouw loon nu verhogen?

30 september 2026
Minimumbezoldiging bedrijfsleider stijgt naar €51.000: moet je je loon verhogen?

Ik wil een expert spreken

Wat is de minimumbezoldiging voor een bedrijfsleider?

Kleine vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd tarief van 20% in de vennootschapsbelasting op de eerste schijf van 100.000 euro belastbare winst. Het gewone tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 25%.

Een van de voorwaarden voor dat verlaagde tarief heeft betrekking op de bezoldiging van de bedrijfsleider. Tot nu toe moest de vennootschap in principe aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijk persoon een jaarlijkse bezoldiging van minstens 45.000 euro toekennen.

Vanaf aanslagjaar 2027 stijgt die grens naar 50.000 euro. Bovendien wordt het bedrag voortaan geïndexeerd. Door die eerste indexering bedraagt de minimumbezoldiging voor inkomstenjaar 2026, aanslagjaar 2027, in de praktijk 51.000 euro.

Dat betekent niet dat iedere bedrijfsleider verplicht minstens 51.000 euro loon moet ontvangen. De grens is relevant wanneer je vennootschap aan de voorwaarden voor het verlaagde vennootschapstarief wil voldoen.

Van 45.000 euro naar 51.000 euro vanaf aanslagjaar 2027

De verhoging is van toepassing vanaf aanslagjaar 2027, wat voor vennootschappen waarvan het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar overeenkomt met inkomstenjaar 2026.

De basisdrempel wordt verhoogd van: 45.000 euro naar 50.000 euro. Omdat het nieuwe bedrag voortaan jaarlijks wordt geïndexeerd, komt de grens voor inkomstenjaar 2026 meteen uit op 51.000 euro.

De drempel zal daardoor in de toekomst verder kunnen evolueren. Het is dus aangewezen om niet automatisch jaar na jaar met hetzelfde bedrag te blijven werken, maar bij de jaarlijkse fiscale optimalisatie na te gaan welke minimumbezoldiging van toepassing is.

Ik wil een expert spreken

Moet elke bedrijfsleider zichzelf minstens 51.000 euro loon betalen?

Nee. De term ‘minimumbezoldiging’ kan de indruk wekken dat iedere bedrijfsleider wettelijk verplicht is om zichzelf minstens 51.000 euro per jaar uit te keren. Dat is niet het geval.

Je kunt als bedrijfsleider perfect een lagere bezoldiging ontvangen. Het mogelijke gevolg is wel dat je vennootschap niet aan deze specifieke voorwaarde voldoet om gebruik te maken van het verlaagde tarief van 20% in de vennootschapsbelasting.

In dat geval kan het gewone tarief van 25% van toepassing zijn. Het verschil bedraagt maximaal 5 procentpunten op de eerste 100.000 euro belastbare winst. In theorie kan het fiscale verschil voor de vennootschap dus oplopen tot maximaal 5.000 euro per jaar.

Dat betekent echter nog niet dat je je loon automatisch moet verhogen. Je moet het voordeel in de vennootschapsbelasting afwegen tegen de fiscale en sociale gevolgen van een hogere bezoldiging in je privévermogen.

Wat als de winst van je vennootschap lager is?

Er bestaat bovendien een belangrijke uitzondering op de minimumdrempel. Is het belastbaar inkomen van je vennootschap lager dan de vereiste minimumbezoldiging? Dan hoeft de bezoldiging niet noodzakelijk 51.000 euro te bedragen.

In dat geval kan een lagere bezoldiging volstaan wanneer die minstens gelijk is aan het belastbaar inkomen van de vennootschap.

Dat maakt de berekening soms minder eenvoudig dan ze op het eerste gezicht lijkt. De bezoldiging zelf is immers een kost voor de vennootschap en beïnvloedt daardoor het uiteindelijke belastbare resultaat.

Een concreet voorbeeld kan dat verduidelijken:

Stel dat je vennootschap vóór toekenning van de bedrijfsleidersbezoldiging een belastbaar resultaat van 60.000 euro heeft. Wanneer je jezelf een bezoldiging van 30.000 euro toekent, blijft er in principe nog 30.000 euro belastbaar resultaat over. De bezoldiging is dan gelijk aan het belastbare resultaat na aftrek ervan.

In dergelijke situaties kan dus een bezoldiging lager dan 51.000 euro volstaan.

Ik wil een expert spreken

Startende vennootschappen krijgen een uitzondering

Ook voor jonge vennootschappen geldt een belangrijke uitzondering. Tijdens de eerste vier belastbare tijdperken vanaf de oprichting geldt de voorwaarde rond de minimumbezoldiging in principe nog niet.

Start je met een nieuwe vennootschap, dan hoef je dus niet onmiddellijk vanaf het eerste jaar een bezoldiging van 51.000 euro toe te kennen om om die reden het verlaagde tarief te verliezen.

Uiteraard moet je vennootschap ook aan de andere voorwaarden voor het verlaagde tarief voldoen. Na de startersperiode wordt de minimumbezoldiging wel een belangrijk aandachtspunt bij je jaarlijkse fiscale planning.

Nieuwe 20%-regel voor voordelen van alle aard

De hervorming kijkt niet alleen naar de hoogte van je bezoldiging. Ook de samenstelling van je verloningspakket wordt belangrijker.

Bedrijfsleiders ontvangen namelijk vaak niet uitsluitend loon in geld. Een vennootschap kan bijvoorbeeld bepaalde goederen of diensten ter beschikking stellen die de bedrijfsleider ook privé mag gebruiken.

Denk bijvoorbeeld aan:

· een bedrijfswagen;

· een smartphone;

· een computer;

· een woning die door de vennootschap ter beschikking wordt gesteld;

· bepaalde andere privévoordelen.

Voor het privégebruik daarvan kan een belastbaar voordeel van alle aard (VAA) worden aangerekend.

Vanaf aanslagjaar 2027 mogen de forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard maximaal 20% van de totale jaarlijkse brutobezoldiging uitmaken wanneer de vennootschap aan de betrokken voorwaarde voor het verlaagde tarief wil voldoen.

Het is dus niet langer voldoende om enkel te kijken of je totale bezoldiging de vereiste grens bereikt. Ook de verhouding tussen je cashbezoldiging en forfaitair gewaardeerde voordelen wordt relevant.

Heb je relatief veel voordelen van alle aard in verhouding tot je loon? Dan verdient je huidige verloningspakket extra aandacht.

Ik wil een expert spreken

Moet je je loon verhogen tot 51.000 euro?

Niet noodzakelijk. Wanneer je vandaag bijvoorbeeld 45.000 euro bezoldiging ontvangt, zou je kunnen denken dat de eenvoudigste oplossing erin bestaat om je loon meteen met 6.000 euro te verhogen.

Maar fiscaal is dat niet automatisch de interessantste keuze. Een hogere bedrijfsleidersbezoldiging is in principe een aftrekbare kost voor je vennootschap. Daardoor daalt de belastbare winst in de vennootschap.

Tegelijk komt de hogere bezoldiging bij jou privé terecht, waar je onder meer rekening moet houden met:

· personenbelasting;

· sociale bijdragen;

· gemeentebelasting;

· de impact op je totale privé-inkomen.

Het is dus perfect mogelijk dat het voordeel van het lagere tarief in de vennootschapsbelasting kleiner is dan de bijkomende personenbelasting en sociale bijdragen die je betaalt door je bezoldiging te verhogen.

Daarom kun je de nieuwe grens beter niet los bekijken.

Verlaagd tarief of een lager loon: wat is voordeliger?

De optimale keuze verschilt van ondernemer tot ondernemer. Stel dat je vennootschap door een te lage bezoldiging geen recht meer heeft op het verlaagde tarief. Op de eerste 100.000 euro belastbare winst kan het verschil tussen 20% en 25% vennootschapsbelasting maximaal 5.000 euro bedragen.

Maar om dat voordeel te behouden, moet je misschien duizenden euro's extra loon uitkeren. Dat extra loon wordt vervolgens belast in de personenbelasting en is onderworpen aan sociale bijdragen.

Soms is het dan voordeliger om de hogere vennootschapsbelasting te aanvaarden. In andere situaties is het wél interessant om je bedrijfsleidersbezoldiging op te trekken. Een algemene regel bestaat dus niet.

Bekijk je volledige verloningspakket

De discussie rond de minimumbezoldiging toont vooral aan hoe belangrijk het is om de verloning van een bedrijfsleider als één geheel te bekijken.

Naast een klassieke bezoldiging kunnen bijvoorbeeld ook andere verloningstechnieken een rol spelen, afhankelijk van je persoonlijke en professionele situatie.

Denk onder meer aan:

· loon;

· voordelen van alle aard;

· dividenden;

· pensioenopbouw;

· kostenvergoedingen;

· voordelen die de vennootschap ter beschikking stelt.

Welke combinatie optimaal is, hangt onder andere af van de winst van je vennootschap, je privébehoeften, je gezinssituatie, eventuele andere inkomsten en je plannen op langere termijn.

Ook de gewijzigde 20%-grens voor forfaitaire voordelen van alle aard maakt het nuttig om niet alleen naar het totale bedrag van je loon te kijken, maar naar de volledige opbouw ervan.

Ik wil een expert spreken

Waarom je verloning best nog in 2026 bekijkt

De nieuwe voorwaarden zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2027 en spelen dus al voor inkomsten die in 2026 worden opgebouwd.

Het is daarom verstandig om niet te wachten tot de aangifte in de vennootschapsbelasting wordt voorbereid. Op dat moment ligt het betrokken boekjaar meestal al achter je en zijn de mogelijkheden om nog bij te sturen beperkter.

Laat daarom tijdig bekijken:

· hoeveel bezoldiging je in 2026 al hebt ontvangen;

· welke voordelen van alle aard deel uitmaken van je verloning;

· of de 20%-grens wordt gerespecteerd;

· hoeveel belastbare winst je vennootschap verwacht;

· of het verlaagde vennootschapstarief voor jouw vennootschap überhaupt interessant is;

· of je huidige verhouding tussen loon, voordelen en andere vergoedingen nog fiscaal optimaal is.

Zo kun je, indien nodig, nog vóór het einde van het boekjaar bijsturen.

Geen automatische loonsverhoging, wel een nieuwe berekening

De stijging van de minimumbezoldiging betekent dus vooral dat bedrijfsleiders hun huidige verloning opnieuw onder de loep moeten nemen.

51.000 euro is geen verplicht minimumloon voor iedere bedrijfsleider. Het is een fiscale grens die mee bepaalt of je vennootschap gebruik kan maken van het verlaagde tarief van 20% op de eerste 100.000 euro belastbare winst.

Of het interessant is om je bezoldiging effectief tot die grens op te trekken, hangt af van je totale fiscale situatie.

Een automatische loonsverhoging is daarom zelden de beste aanpak. Een berekening waarbij zowel je vennootschap als je privésituatie worden meegenomen, geeft een veel correcter beeld.

Benieuwd welke bedrijfsleidersbezoldiging voor jou het interessantst is? Bespreek je verloningspakket tijdig met je PIA-adviseur. Samen bekijken we de combinatie van loon, voordelen en andere vergoedingen die past bij jouw vennootschap én persoonlijke situatie.

FAQ

  • Wat is de minimumbezoldiging voor een bedrijfsleider in 2026?

    Voor inkomstenjaar 2026 bedraagt de relevante minimumbezoldiging in de praktijk 51.000 euro. Die grens is belangrijk voor kleine vennootschappen die willen genieten van het verlaagde tarief van 20% in de vennootschapsbelasting op de eerste 100.000 euro belastbare winst.

  • Is 51.000 euro een verplicht minimumloon voor elke bedrijfsleider?

    Nee. Een bedrijfsleider is niet verplicht om zichzelf minstens 51.000 euro loon uit te betalen. De grens is vooral fiscaal relevant. Ontvang je een lagere bezoldiging, dan kan je vennootschap mogelijk het recht verliezen op het verlaagde tarief van 20% in de vennootschapsbelasting.

  • Waarom stijgt de minimumbezoldiging van 45.000 naar 51.000 euro?

    De wettelijke basisdrempel stijgt vanaf aanslagjaar 2027 van 45.000 naar 50.000 euro. Omdat dat bedrag voortaan wordt geïndexeerd, komt de toepasselijke grens voor inkomstenjaar 2026 uit op 51.000 euro.

  • Wat gebeurt er als mijn bezoldiging lager is dan 51.000 euro?

    Een lagere bezoldiging betekent niet automatisch dat er iets fout loopt. Het kan wel gevolgen hebben voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. Of dat fiscaal nadelig is, hangt af van de winst van je vennootschap en je persoonlijke belastingdruk.

  • Moet ik mijn loon verhogen om het verlaagde tarief te behouden?

    Niet noodzakelijk. Een hogere bezoldiging kan helpen om aan de voorwaarden voor het verlaagde tarief te voldoen, maar zorgt tegelijk voor meer personenbelasting en sociale bijdragen. Het is daarom belangrijk om te berekenen of een loonsverhoging effectief voordeliger is.

  • Wat als mijn vennootschap minder winst maakt dan 51.000 euro?

    Wanneer het belastbaar inkomen van je vennootschap lager is dan de minimumdrempel, kan een lagere bezoldiging volstaan. In bepaalde gevallen moet de bezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar inkomen van de vennootschap. De exacte berekening hangt af van de concrete cijfers.

  • Geldt de minimumbezoldiging ook voor startende vennootschappen?

    Voor startende vennootschappen geldt er in principe een uitzondering tijdens de eerste vier belastbare tijdperken vanaf de oprichting. In die periode is de voorwaarde rond de minimumbezoldiging normaal gezien nog niet van toepassing voor het verlaagde tarief.

  • Welke voordelen van alle aard tellen mee in de bedrijfsleidersbezoldiging?

    Ook bepaalde voordelen van alle aard kunnen deel uitmaken van de totale bezoldiging. Denk bijvoorbeeld aan het privégebruik van een bedrijfswagen, smartphone, computer of woning die door de vennootschap ter beschikking wordt gesteld. Vanaf aanslagjaar 2027 wordt ook de verhouding tussen forfaitaire voordelen van alle aard en de totale bezoldiging belangrijker.

  • Wat betekent de 20%-regel voor voordelen van alle aard?

    De nieuwe regels bepalen dat forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard maximaal 20% van de totale jaarlijkse brutobezoldiging mogen uitmaken om aan de betrokken bezoldigingsvoorwaarde te voldoen. Heb je relatief veel voordelen van alle aard en weinig cashloon, dan kan het aangewezen zijn om je verloningspakket te herbekijken.

  • Wanneer laat ik mijn bedrijfsleidersbezoldiging het best berekenen?

    Idealiter nog tijdens het lopende boekjaar. Zo kun je tijdig nagaan hoeveel loon en voordelen je al hebt ontvangen en of bijsturing nodig is. Wacht je tot de fiscale aangifte wordt voorbereid, dan zijn de mogelijkheden om je verloning nog te optimaliseren vaak beperkter.

Geschreven door Charlotte Backelandt, Marketing & Content Specialist,
nagelezen door Nicolas Destryker, Director Tax & Legal bij Fidiaz, lid van PIA Group.

Meer weten over onze diensten?

We helpen je graag verder.

Contacteer ons