Fiscaliteit
De Belgische fiscaliteit staat nooit stil. Na eerdere hervormingen rond liquidatiereserves en VVPRbis, komt er nu opnieuw een belangrijke wijziging aan: de roerende voorheffing op bepaalde dividenduitkeringen stijgt.
Misschien heb je er al iets over gehoord. Maar wat betekent dit concreet voor jou? En belangrijker: moet je nu actie ondernemen? In dit artikel krijg je het volledige plaatje.
Wanneer je als vennootschap winst maakt, heb je verschillende opties:
je laat de winst in de vennootschap
je keert ze uit als dividend
of je bouwt reserves op (zoals liquidatiereserves of via VVPRbis)
Op het moment dat je die reserves later uitkeert aan jezelf als aandeelhouder, betaal je roerende voorheffing: een belasting op inkomsten uit kapitaal.
Het standaardtarief bedraagt 30%, maar via systemen zoals VVPRbis en liquidatiereserves kon je tot nu toe genieten van een verlaagd tarief.
Voor VVPRbis gaat het doorgaans om 15% roerende voorheffing. Bij liquidatiereserves betaal je eerst een anticipatieve heffing van 10% bij aanleg van de reserve. Bij latere uitkering betaal je bijkomend roerende voorheffing.
Tot voor kort bedroeg die bijkomende heffing 5% bij uitkering na een wachttermijn van 5 jaar. Sinds de eerdere hervorming bestaat ook de mogelijkheid om al na 3 jaar uit te keren, maar dan aan een verhoogd tarief van 6,5%.
En net daar verandert nu opnieuw iets.
De nieuwe programmawet verhoogt de belastingdruk op deze gunstregimes.
Voor VVPRbis-dividenden stijgt het tarief van 15% naar 18%.
Voor bepaalde liquidatiereserves stijgt de bijkomende roerende voorheffing bij uitkering na 3 jaar van 6,5% naar 9,8%.
De bedoeling is om het effectieve belastingtarief van liquidatiereserves gelijk te schakelen met VVPRbis, namelijk ongeveer 18%.
Belangrijk om te begrijpen: die 9,8% wordt niet berekend op de oorspronkelijke winst, maar op het bedrag dat overblijft nadat eerder al de anticipatieve heffing van 10% werd betaald bij aanleg van de liquidatiereserve.
Daardoor kom je uiteindelijk uit op een totale effectieve belastingdruk van ongeveer 18%.
De nieuwe regels gaan in vanaf 1 juli 2026.
Dat betekent concreet:
Dividenden die uiterlijk op 30 juni 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, blijven in principe genieten van het huidige VVPRbis-tarief van 15%.
Dividenden die vanaf 1 juli 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, vallen onder het nieuwe tarief van 18%.
Voor veel ondernemers opent dat een belangrijke vraag “Moet ik nog snel reserves uitkeren?”
Niet helemaal. Er zijn enkele nuances die belangrijk zijn.
1. VVPRbis: weinig overgangsbescherming
Voor VVPRbis is het vrij duidelijk: voor dividenden die vanaf 1 juli 2026 worden toegekend of betaalbaar gesteld, geldt in principe het nieuwe tarief van 18%.
Dividenden die uiterlijk op 30 juni 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, kunnen nog onder het tarief van 15% vallen, op voorwaarde dat alle VVPRbis-voorwaarden vervuld zijn.
2. Liquidatiereserves: onderscheid volgens aanlegjaar
Voor liquidatiereserves ligt het genuanceerder. De regeling hangt af van het boekjaar waarin de liquidatiereserve werd aangelegd.
Voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of vóór 30 december 2025 gelden in principe deze tarieven:
Uitkering vóór een wachttermijn van 3 jaar: 20% roerende voorheffing
Uitkering na 3 jaar, maar vóór 5 jaar: 6,5% roerende voorheffing
Uitkering na 5 jaar: 5% roerende voorheffing
Voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of na 31 december 2025 gelden in principe deze tarieven:
Uitkering vóór een wachttermijn van 3 jaar: 30% roerende voorheffing
Uitkering na 3 jaar: 9,8% roerende voorheffing
Welke regeling van toepassing is, hangt dus af van het boekjaar waarin de reserve werd aangelegd én het moment waarop je ze uitkeert.
De maatregel maakt deel uit van bredere begrotingsinspanningen van de overheid.
Het doel:
extra inkomsten genereren
fiscale regimes vereenvoudigen
verschillen tussen systemen verkleinen
Maar voor ondernemers betekent het vooral: minder fiscaal voordeel bij dividenduitkeringen.
Een verschil van 3% lijkt klein, maar kan snel oplopen.
Voorbeeld:
Dividend van €100.000
Aan 15% → €15.000 belasting
Aan 18% → €18.000 belasting
Verschil: €3.000 netto minder. Bij liquidatiereserves zit de impact vooral in de hogere belasting bij uitkering na de wachttermijn.
Bij liquidatiereserves is de berekening iets technischer.
Voorbeeld:
• Op €100 winst betaal je eerst €9,09 anticipatieve heffing bij aanleg van de liquidatiereserve.
• Op het resterende bedrag volgt later nog een bijkomende heffing.
• Onder het vroegere systeem kwam de totale belastingdruk uit rond 13,64%.
• Onder de 6,5%-regeling kwam die uit rond 15%.
• Onder de nieuwe regeling stijgt dit richting 18%.
Het fiscale voordeel van liquidatiereserves wordt dus een stuk kleiner dan vroeger.
Dat hangt af van jouw situatie. Er is geen one-size-fits-all antwoord.
Mogelijk interessant als:
Je voldoende cash hebt in je vennootschap
Je sowieso dividend wilde uitkeren
Je onder VVPRbis valt
In dat geval kan je mogelijk nog profiteren van het lagere tarief
Oppassen als:
Je cashflow onder druk komt
Je vennootschap op termijn wil verkopen
Je rekening-courant beïnvloed wordt
Een dividenduitkering verlaagt namelijk je eigen vermogen, wat gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld een latere verkoopwaarde.
Een belangrijke nuance die vaak vergeten wordt: de link met de meerwaardebelasting.
Bij een latere verkoop van aandelen kan de waarde van je vennootschap op 31 december 2025 een rol spelen als referentiepunt voor de berekening van de meerwaarde.
Keer je vandaag veel reserves uit? Dan daalt de waarde van je vennootschap, wat impact kan hebben op je fiscale planning op lange termijn. Dit maakt de beslissing complexer dan enkel “3% besparen”.
Ja en die worden vaak onderschat.
1. Administratie en formaliteiten
Een dividend uitkeren is geen simpele overschrijving. Afhankelijk van je vennootschapsvorm zijn onder meer nodig:
een beslissing van de algemene vergadering
een balanstest en/of liquiditeitstest
een correcte aangifte van roerende voorheffing
2. Timing is cruciaal
Wil je nog onder het oude tarief vallen? Dan moet de uitkering correct en tijdig worden beslist, toegekend of betaalbaar gesteld. Voor VVPRbis is 30 juni 2026 daarbij een belangrijke datum.
Zorg dus dat de beslissing juridisch en boekhoudkundig goed onderbouwd is.
3. Betaling van roerende voorheffing
Die moet gebeuren binnen 15 dagen na toekenning van het dividend.
4. Nieuwe antimisbruikbepaling
De wetgever wil ook vermijden dat ondernemers hun vennootschap vereffenen om liquidatiereserves fiscaal voordelig uit te keren en daarna dezelfde activiteit opnieuw opstarten via een nieuwe vennootschap.
In zulke situaties kan de fiscus de ontvangen dividenden alsnog belasten als roerend inkomen in de personenbelasting, tenzij er voldoende economische redenen zijn of de activiteit pas na een langere periode opnieuw wordt opgestart.
Deze maatregel is geen kleine technische wijziging. Ze raakt rechtstreeks aan hoe je geld uit je vennootschap haalt.
De belangrijkste takeaway:
Dividend uitkeren wordt duurder
Timing wordt belangrijker
Strategische keuzes worden complexer
Als ondernemer is dit hét moment om even stil te staan bij je situatie.
Stel jezelf deze vragen:
Heb ik reserves die ik binnenkort wil uitkeren?
Val ik onder VVPRbis of heb ik liquidatiereserves?
Kan ik nog vóór 1 juli 2026 aan het huidige tarief uitkeren?
In welk boekjaar zijn mijn liquidatiereserves aangelegd?
Wat is de impact op mijn cashflow?
Heeft dit gevolgen voor mijn plannen op lange termijn?
De juiste keuze hangt af van jouw specifieke context.
De stijging van de roerende voorheffing lijkt een kleine aanpassing, maar de impact kan groot zijn. Zeker als je kijkt naar timing, cashflow en je toekomstplannen.
De stijging gaat in vanaf 1 juli 2026. Voor dividenden die vanaf dan worden toegekend of betaalbaar gesteld, stijgt het tarief in principe van 15% naar 18%.
Ja, mogelijk wel. VVPRbis-dividenden die uiterlijk op 30 juni 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, kunnen nog onder het tarief van 15% vallen, op voorwaarde dat alle VVPRbis-voorwaarden vervuld zijn.
Voor VVPRbis is vooral het moment van uitkering belangrijk. Voor liquidatiereserves hangt het af van het boekjaar waarin de reserve werd aangelegd.
Liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of vóór 30 december 2025 kunnen nog onder het oude regime vallen. Voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of na 31 december 2025 gelden de nieuwe tarieven.
VVPRbis laat toe om dividenden uit te keren aan een verlaagd tarief van roerende voorheffing, als alle voorwaarden vervuld zijn.
Liquidatiereserves werken anders: je betaalt eerst een anticipatieve heffing van 10% bij aanleg van de reserve. Daarna betaal je nog een bijkomende roerende voorheffing bij uitkering.
De maatregel kadert in bredere begrotingsmaatregelen. De overheid wil extra inkomsten genereren en de verschillen tussen fiscale gunstregimes verkleinen.
Bij liquidatiereserves betaal je eerst een anticipatieve heffing van 10% bij aanleg van de reserve. Daarna betaal je bij uitkering nog een bijkomende roerende voorheffing.
Voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of vóór 30 december 2025 gelden in principe deze tarieven:
20% bij uitkering vóór een wachttermijn van 3 jaar
6,5% bij uitkering na 3 jaar, maar vóór 5 jaar
5% bij uitkering na 5 jaar
Voor liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of na 31 december 2025 gelden in principe deze tarieven:
30% bij uitkering vóór een wachttermijn van 3 jaar
9,8% bij uitkering na 3 jaar
Omdat die bijkomende heffing wordt berekend op het bedrag na de initiële 10% heffing, komt de totale effectieve belastingdruk uiteindelijk uit rond 18%.
Je houdt minder netto over. Bij een dividend van €100.000 betekent een stijging van 15% naar 18% bijvoorbeeld €3.000 minder in handen.
Ja, mogelijk wel. Dividenduitkeringen verlagen het eigen vermogen van je vennootschap. Dat kan een impact hebben op de waardering bij verkoop en op je fiscale planning.
De roerende voorheffing moet betaald worden binnen 15 dagen na de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend.
Dat hangt af van je situatie. Heb je reserves en overweeg je een uitkering? Dan is dit het moment om je opties te bekijken en de impact te laten berekenen. Zeker de datum van 1 juli 2026 is belangrijk voor wie nog onder het oude VVPRbis-tarief wil uitkeren.
Meer weten over onze diensten?
We helpen je graag verder.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief