Btw

Twee belangrijke én nieuwe btw-regels voor aannemers vanaf 2023.

Charlotte Backelandt
12 januari 2023
Een nieuw jaar gaat vaak gepaard met veranderingen. En dat is voor 2023 niet anders. Vanaf 1 januari 2023 gelden er namelijk nieuwe btw-regels voor aannemers. Zo is er een aangepaste verlegging van heffing bij werk in onroerende staat aan onroerende goederen én moeten aannemers rekening houden met een nieuwe, verplichte factuurmelding. Benieuwd wat er precies is veranderd? Lees dan zeker verder.

De verlegging van heffing bij werk in onroerende staat in een B2B-context

Afhankelijk van de hoedanigheid van hun afnemers moeten aannemers soms het systeem van ‘btw medecontract’ voor hun uitgaande facturen inzake werk in onroerende staat verplicht toepassen. Dit systeem zorgt ervoor dat de medecontractant van het werk in onroerende staat de btw zelf moet aangeven en afdragen (en eventueel terzelfdertijd aftrekken) via zijn/haar btw-aangifte.
Als de afnemer een vennootschap betreft, maakt de bestemming van het onroerend goed waaraan de werken worden verricht niet uit. Alleen de hoedanigheid van de afnemende vennootschap is hiervoor bepalend.
Vóór 01/01/2023 gold de verlegging van heffing voor lokale werken in onroerende staat alleen als de afnemer
-        ofwel een in België gevestigde belastingplichtige is,
-        ofwel een buitenlandse belastingplichtige btw-geregistreerd in België via fiscaal vertegenwoordiger betreft, die Belgische periodieke btw-aangiften indient.
De verlegging gold dus niet voor buitenlandse belastingplichtigen btw-geregistreerd in België via directe registratie.
Vanaf 01/01/2023 wordt het personeel toepassingsgebied van de verlegging van heffing bij werk in onroerende staat in België uitgebreid. De verplichte verlegging van heffing geldt sinds 1 januari ook voor buitenlandse belastingplichtigen, btw-geregistreerd in België via directe registratie, die Belgische periodieke btw-aangiften indienen.
Belangrijk: de verlegging van heffing bij een werk in onroerende staat moet dus vanaf 1 januari 2023 toegepast worden voor elke belastingplichtige afnemer die periodieke btw-aangiftes in België indient.
Als de afnemer een eenmanszaak-natuurlijke persoon is, dan maakt de bestemming van het onroerend goed wel een verschil uit:
-        Zolang het gebouw niet uitsluitend voor privédoeleinden wordt gebruikt, geldt dezelfde regeling zoals bovenstaand voor vennootschappen.
-        Wordt het gebouw uitsluitend (d.i. 100%) voor privédoeleinden gebruikt, dan is de verlegging van heffing niet van toepassing en moet de aannemer toch btw aanrekenen over zijn factuur aan de afnemer-eenmanszaak.
Let op: deze nieuwe regeling is enkel van toepassing wanneer het werk in onroerende staat verstrekt wordt door een Belgische aannemer. Wanneer hier sprake is van een buitenlandse aannemer, verandert hier voorlopig nog niks.

Verplichte factuurvermelding

Hierop aansluitend is er ook een nieuwe, verplichte, factuurvermelding. Wanneer de werken in onroerende staat verricht worden voor een btw-plichtige afnemer die Belgische periodieke btw-aangiften indient, wordt de btw-heffing verlegd naar de afnemer. Tot en met eind 2022 moest je daarom enkel op jouw factuur “btw verlegd” vermelden, maar sinds 1 januari 2023 hoort hier een extra vermelding bij. Het KB van 26/10/2022 legt namelijk een nieuwe en verplichte factuurclausule op. Die ziet er als volgt uit:
"Verlegging van heffing. Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de factuur, wordt de afnemer geacht te erkennen dat hij een belastingplichtige is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Als die voorwaarde niet vervuld is, is de afnemer ten aanzien van die voorwaarde aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten."
Als de afnemer geen periodieke btw-aangiften moet indienen (bv. een landbouwonderneming of onderneming onder de ‘Kleineondernemingsvrijstelling’), moet de afnemer de dienstverrichter hiervan schriftelijk op de hoogte brengen binnen 1 maand na ontvangst van de factuur. Hierdoor wordt de verantwoordelijkheid voor het toepassen van de regeling medecontractant verlegd naar de afnemer van het werk in de onroerende staat.
Bericht de afnemer de aannemer niet (tijdig) van het verkeerdelijk gebruik van deze regeling? Dan moet de afnemer instaan voor de verschuldigde belasting, interesten en eventuele geldboeten die daaruit voortvloeien.
Zit je met vragen over de aangepaste verlegging van heffing bij werk in onroerende staat of de verplichte factuurvermelding? Aarzel dan niet om contact op te nemen met een PIA-kantoor in jouw buurt. Wij helpen je graag verder.
Meer weten over onze diensten? We helpen je graag verder.
Contact